Op 3 juli 2026 maakte het kabinet bekend dat het een stagevergoeding wettelijk wil verplichten. De beoogde wet bepaalt volgens dat voorstel niet één landelijk bedrag: de sector of het stagebedrijf blijft de hoogte bepalen. Voor zorgwerkgevers is dat een belangrijke afbakening. Een kabinetsvoornemen verandert de huidige cao-bepalingen niet en maakt bestaande verschillen niet automatisch ongedaan.

Die verschillen zijn concreet. De Cao Ziekenhuizen noemt € 550 per maand bij een voltijdstage. De Cao VVT noemt sinds 1 juli 2026 € 548,29 per maand bij gemiddeld vier stagedagen per week. De Cao Gehandicaptenzorg noemt € 500 bruto per maand bij gemiddeld 36 uur per week, maar alleen wanneer de verplichte stage langer dan een maand duurt en minimaal 150 uur omvat. Een bedrag vergelijken zonder grondslag, doelgroep en ingangsdatum leidt daarom snel tot een foutieve uitvoering.

In het kort

  • Behandel het kabinetsvoornemen van juli 2026 nog niet als geldende wettelijke betalingsregel.
  • Koppel iedere stage aan de juiste cao, onderwijsroute, omvang, duur en ingangsdatum voordat het bedrag wordt berekend.
  • Houd stage, coschap en leer-arbeidsovereenkomst uit elkaar; dezelfde persoon kan per route een andere rechts- en beloningspositie hebben.

Toepassing en grens

Deze vergelijking beschrijft de gepubliceerde regels uit de Cao Ziekenhuizen 2025-2027, Cao VVT 2025-2026 en Cao Gehandicaptenzorg 2025-2026 zoals gecontroleerd op 12 augustus 2026. Andere zorg-cao's, onderwijsafspraken en individuele situaties kunnen afwijken. Het kabinetsbericht van 3 juli 2026 is een beleidsvoornemen en geen bewijs dat de aangekondigde wettelijke verplichting al in werking is getreden.

Feit: het kabinet wil verplichten, maar schrijft geen uniform bedrag voor

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kondigde op 3 juli 2026 aan dat iedere student wettelijk recht moet krijgen op een stagevergoeding. De hoogte zou volgens het bericht door de sector of het stagebedrijf worden bepaald. Ook wil het kabinet de begeleiding verbeteren en een stageovereenkomst voor hbo en wo verplicht stellen, vergelijkbaar met afspraken voor het mbo.

Het bericht beschrijft een voornemen. Voor salaris- en personeelsadministratie blijft daarom bepalend welke regel op de uitvoeringsdatum daadwerkelijk geldt. HR doet er goed aan de ontwikkeling te volgen, maar mag een toekomstige wettelijke basis niet verwarren met de nu geldende cao-afspraak.

Norm: drie cao's gebruiken drie verschillende grondslagen

In de Cao Ziekenhuizen bedraagt de stagevergoeding sinds 1 januari 2026 € 550 per maand bij een voltijdstage. Voor deeltijd geldt een vergoeding naar rato. De cao noemt mbo-, hbo- en wo-stagiairs. Coassistenten vallen onder een afzonderlijke bepaling: € 150 stagevergoeding per maand plus de mogelijkheid om onkosten tot maximaal € 150 per maand te declareren.

De Cao VVT kent vanaf 1 juli 2026 € 548,29 per maand voor een mbo-, hbo- of vergelijkbare stage van minimaal 144 uur per studiejaar. Het bedrag is gebaseerd op gemiddeld vier dagen stage per week en geldt naar rato bij minder dagen. De cao omschrijft dit als vergoeding voor gemaakte onkosten. Coassistenten ontvangen in de VVT een afzonderlijke onkostenvergoeding van € 495 bruto per maand.

De Cao Gehandicaptenzorg bepaalt vanaf 1 januari 2026 dat een stagiair € 500 bruto per maand ontvangt bij gemiddeld 36 uur per week. Daarvoor moet het gaan om een in het opleidingsprotocol verplichte stage die langer dan een maand duurt en minimaal 150 uur omvat. De vergoeding is inclusief onkosten, waaronder woon-werkverkeer en telefoonkosten. Coassistenten ontvangen € 125 bruto per week bij een coschap van minimaal 24 uur per week.

Duiding: hetzelfde maandbedrag kan toch een andere regeling zijn

Een bedrag van ongeveer € 500 zegt niet of de regel hetzelfde is. De voltijdsgrondslag verschilt tussen een volledige stage, gemiddeld vier dagen en 36 uur per week. Ook minimumduur, minimumomvang, indexatiemoment en de vraag of onkosten zijn inbegrepen verschillen. Een generieke tabel met alleen cao en bedrag maskeert daardoor precies de gegevens die nodig zijn voor een juiste berekening.

Het onderscheid tussen stagiair, coassistent en student-werknemer is minstens zo belangrijk. Een student-werknemer heeft een leer-arbeidsovereenkomst en ontvangt salaris volgens een andere cao-bepaling. De functienaam in een HR-systeem of onderwijsformulier is niet voldoende; de feitelijke leerroute en overeenkomst moeten overeenkomen met de gekozen regeling.

Praktijkkeuze: maak één beslisroute, geen handmatige uitzonderingen

Richt vóór de eerste stagedag een vaste controle in. Leg vast welke cao van toepassing is, welk type leerrelatie bestaat, welke onderwijsinstelling en opleiding betrokken zijn, hoeveel uren of dagen de stage omvat, welke begin- en einddatum geldt en of de vergoeding inclusief specifieke onkosten is. Laat de berekening vervolgens door een tweede medewerker controleren wanneer een nieuwe cao-versie of ingangsdatum wordt toegepast.

Bewaar daarnaast de bronversie en controledatum bij de regeling. Dat voorkomt dat een oud bedrag na een cao-wijziging ongemerkt wordt hergebruikt. Een waarschuwing in HR- of salarissystemen kan helpen, maar de classificatie van de leerrelatie blijft een inhoudelijke beoordeling.

  • classificatie: stagiair, coassistent of student-werknemer;
  • reikwijdte: toepasselijke cao, opleiding en organisatieonderdeel;
  • omvang: uren, dagen, duur en voltijdsgrondslag van de regeling;
  • vergoeding: bruto bedrag, naar-ratoberekening en inbegrepen onkosten;
  • actualiteit: ingangsdatum, bronlink, controleur en volgende controledatum.

Begeleiding is geen bijzaak van de vergoeding

De aangekondigde wettelijke koers koppelt vergoeding nadrukkelijk aan verbetering van stagekwaliteit. Ook bestaande cao's bevatten afspraken over begeleiding of opleiding. Voor werkgevers betekent dit dat een betaalde stage nog niet automatisch een goede opleidingsplaats is. Beschikbare praktijkbegeleiding, passende werkzaamheden, feedback en een heldere escalatieroute moeten afzonderlijk worden georganiseerd.

Meet daarom niet alleen hoeveel stageplaatsen zijn gevuld en betaald. Volg ook uitval, tijd van begeleiders, voortgangsgesprekken en de overgang naar een leer-arbeidsovereenkomst of baan. Daarmee blijft de stage zowel een onderwijsrelatie als een mogelijke instroomroute, zonder die twee doelen te verwarren.

Werkgeverscheck

Controleer dit in je eigen organisatie

  1. Controleer per stage welke cao en welke bepaling op de startdatum van toepassing zijn.
  2. Leg vast of sprake is van een stage, coschap of leer-arbeidsovereenkomst en laat de overeenkomst daarbij aansluiten.
  3. Bereken naar rato met de voltijdsgrondslag uit de betreffende cao, niet met één organisatiebrede standaard.
  4. Maak zichtbaar welke reis-, verblijf-, telefoon- of andere onkosten al in de vergoeding zijn inbegrepen.
  5. Bewaar bron, cao-versie, ingangsdatum en controledatum bij de gebruikte regeling.
  6. Plan begeleiding en voortgangsgesprekken als capaciteit en evalueer naast betaling ook de kwaliteit van de leerplaats.

Gebruikte bronnen

Bronnen voor cijfers en feitelijke uitgangspunten. Laatst gecontroleerd op 12 augustus 2026.

  1. Kabinet wil stagevergoeding verplichtenRijksoverheid, 3 juli 2026
  2. Salariëring en vakantiebijslag, artikelen 7.2.9 en 7.2.10Cao Ziekenhuizen
  3. Vergoeding stagiaires en coassistenten, artikel 4.2.9Cao VVT bij ActiZ
  4. Stagiairs en coassistenten, artikel 5.8Cao Gehandicaptenzorg bij VGN
← Alle publicatiesOns bronnenbeleid →